Alle H
JeL!
ens cicivi
1
MAANDBLAD VOOR HET PERSONEEL DER INCASSO-BANK N.V.
15e JAARGANG No. 11
NOV. 1939
Adres Redactie: AFD. BIJKANTOREN - Heerengracht 527 - AMSTERDAM -C.
VASTE MEDEWERKERSW. Bakker, J. v. d. Berg, S. J. Bierema (secr.), F. W. Drijver Jr., J. M. F. Everling (red.),
G. Eijkenduijn, H. de Goede, G. Heidstra, C. A. Klaasse, M. E. Fr. Klinkenbergh, M. K. Kraan, H. Kuiken,
A. Leewens, F. Niewenhuis, J. E. v. Ooijen, M. C. Overberg, W. du Pon (red.), A. Porcelijn (red.),
F. J. Schrammeijer, A. Simons, C. H. L. Smit (secr.), J. R. Uhlhorn, A. W. Unkel, Is. Vorst, Mr. A. Wensing.
Op onze schrijftafel ligt een stapel van brie
ven, welke wij in de afgeloopen week van
gemobiliseerde collega's mochten ontvangen.
Het geheel vormt een bonte aaneenschake
ling van verhalen en ervaringen uit het mili
taire leven, waarbij duidelijk naar voren komt
hoe sommigen zich veel gemakkelijker dan
anderen weten aan te passen aan gewijzigde
levenswijze en geheel andere verhoudingen
Bij al die verschillen treft men echter ook
overeenstemming aan en wel wanneer men
zonder uitzondering verneemt, dat de geest
onder de manschappen uitstekend is te noe
men. Dat men dien goeden geest beware!
Treffend dikwijls door de eenvoudige wijze
waarop het wordt gezegd, zijn de passages
in de brieven van onze gemobiliseerden, wan
neer zij schrijven over hun werkkring bij onze
Instelling. Menigmaal wordt het angstig ver
moeden uitgesproken, dat men bij een lan
ger voortduren van de mobilisatie in meer
dere of mindere mate van het bedrijf zal
vervreemden. Het zal wel in het bijzonder
daaraan zijn toe te schrijven, dat allerwege
om toezending van ons maandblad wordt ge
vraagd.
Beter dan wie ook, zijn wij er ons van be
wust hoeveel er nog aan het maandblad ont
breekt, omdat wij maar al te goed weten
dat ons blad nog in zijn kinderschoenen staat
Dat ondanks die onvolkomenheid door hen
die uit ons bedrijf zijn weggeroepen, juist
door dat gemobiliseerd zijn, thans grootere
belangstelling dan ooit te voren voor ons blad
wordt gevoeld, is volkomen verklaarbaar. Zij
toch willen door en met ons blad den band
bewaren met het bedrijf, waarheen on
danks de meest nauwgezette opvatting en
vervulling van hun militaire taak hun ge
dachten zoo dikwijls uitgaan.
Deze wetenschap legt ons, niet-gemobili-
seerde geëmployeerden, een verplichting op.
Het is aan ons er voor te werken en te zor
gen, dat ons blad zich zal ontwikkelen tot het
geen men er van verwacht. Niet langer een
stroohalm waar men, bij gebrek aan beter,
naar grijpt, doch in de toekomst... een „hou
vast".
Nu blijve niemand achter, wanneer op hem
of haar een beroep wordt gedaan, om te
zamen met alle anderen ons blad op te
bouwen!