door C. A. Klöaisse
1
MAANDBLAD VOOR HET PERSONEEL DER INCASSO-BANK N.V.
15e JAARGANG No. 10
OCT. 1939
Adres Redactie: A PD BIJKANTOREN - Heerengracht 527 - AMSTERDAM -C.
VASTE MEDEWERKERS: W. Bakker, J. v. d. Berg, S. J. Bierema (secr.), F. W. Drijver Jr., J. M. F. Everling (red.),
G. Eijkenduijn, H. de Goede, G. Heidstra, C. A. Klaasse, M. E. Fr. Klinkenbergh, M. K. Kraan, H. Kuiken,
A. Leewens, F. Niewenhuis, J. E. v. Ooijen, M. C. Overberg, W. du Pon (red.), A. Porcelijn (red.),
F. J. Schrammeijer, A. Simons, C. H. L. Smit (secr.), J. R. Uhlhorn, A. W. Unkel, Is. Vorst, Mr. A. Wensing.
Wanneer men in korte trekken zou moeten
aangeven, wat de meest essentieele kenmer
ken zijn van de maatregelen op economisch
en financieel terrein door de Engelsche
regeering getroffen sedert het intreden van
den oorlogstoestand, dan kan men zeggen:
dat het belang van den Staat boven elk parti
culier belang wordt geplaatst, en dat in ver
band daarmee alle „zelfreguleerende facto
ren", die onder normale omstandigheden het
evenwicht op economisch gebied moeten
handhaven, buiten werking gesteld zijn, om
het veld te ruimen aan reguleering door de
overheid. Wanneer men ziet, welke maat
regelen op verschillend gebied de Engelsche
regeering heeft genomen, dan vindt men
allerwege gelijkenis met de economische
politiek welke in de totalitair geregeerde lan
den -althans in die waar de „kapitalistische"
ordening is gehandhaafd reeds gedurende
geruimen tijd is gevoerd. Hetgeen zich daar
in vredestijd reeds heeft ontwikkeld, vormt
zich nu in Engeland in uiterst korten tijd met
het oog op den oorlogstoestand. Die ontwik
keling is heel logisch, immers geldt onder een
totalitaire regeering zoowel in vredes- als in
oorlogstijd, dat de Staat einddoel is en niet
middel om tot het doel te geraken, het demo
cratisch bewind stelt de instandhouding van
den Staat pas als doel in tijd van oorlog.
Het is natuurlijk niet doenlijk om een volledig
overzicht te geven van den aard van alle maat
regelen op economisch terrein, die in Enge
land zijn genomen in het kader van de hier-
voren in het kort geschetste politiek. Slechts
enkele groote lijnen en tendenzen zullen wor
den vermeld.
Een van de belangrijkste economische regu
lateurs onder een vrij economisch stelsel is de
prijs. Het prijsverloop van individueele artike
len geeft richting aan de productieve krach
ten en heeft de tendens om vraag en aanbod
zich aan elkaar te doen aanpassen. Het prijs
niveau beïnvloedt via de werking op het
reëele loon den kostprijs, heeft indirect uit
werking op de handelsbalans en de betalings
balans, vertoont samenhang met het peil van
de geld- en kapitaalrente, en via al deze
repercussies heeft het prijspeil een zekere
zelfcorrigeerende werking. Wil een vrije eco
nomie niet in een chaos ontaarden, dan heeft
het aan deze richtingsroeren, remmen en
veiligheidskleppen behoefte. In de laatste
jaren had onder den druk van de economi
sche depressie dit stelsel van regulatoren
reeds een belangrijke wijziging ondergaan.
Wanneer de prijs van een artikel dermate
daalde onder den invloed van een wan
verhouding tusschen vraag en aanbod, dat
de bedrijfstak bedreigd werd, greep de over
heid in door restrictiemaatregelen. Men liet
den prijs niet meer zoover dalen, dat een aan
tal producenten moesten afvallen, men hield
ook de „grensbedrijven" kunstmatig in het
leven. Maar het economische systeem bleet
toch algemeen gebaseerd op „vrije econo
mie" en haar zelfregeling. Bij een vergrooting
van de vraag was er steeds een neiging tot
prijsstijging, al werd die soms geremd door
verhooging van restrictiepercentages e.d. Dat
vrije prijsverloop is nu in Engeland practisch
gesproken achter den rug. Voor een zeer
groot aantal stapelartikelen zijn maximum
prijzen vastgesteld. Men gaat er van uit, dat