IV cilioiitile I nLomsteiiLelasting
1
MAANDBLAD VOOR HET PERSONEEL DER INCASSO-BANK N.V.
dEBmjs
15e JAARGANG No. 6
JUNI 1939
Adres Redactie: AFD. BIJKANTOREN - Heer e n g r a c h t 527 - AMSTERDAM - C.
VASTE MEDEWERKERS: W. Bakker, G. J. v. d. Berg, J. v. d. Berg, S. J. Bierema (secr.), F. W. Drijver Jr., J. M. F.
Everling (red.), G. Eijkenduijn, H. de Goede, G. Heidstra, C. A. Klaasse, M. E. Fr. Klinkenbergh, M. K. Kraan,
H. Kuiken, F. Niewenhuis, J. E. v. Ooijen, M. C. Overberg, W. du Pon (red.), A. Porcelijn (red.),
F. J. Schrammeijer, A. Simons, C. H. L. Smit (secr.), A. W. Unkel, Is. Vorst, Mr. A. Wensing.
Onder den druk der financieele nooden
heeft de regeering de laatste jaren reeds
meermalen haar toevlucht moeten nemen
tot het instellen van nieuwe heffingen, om
dat eenerzijds de schatkist dringend aanvul
ling behoefde en anderzijds de opvatting
werd gehuldigd, dat de bestaande belas
tingen over het algemeen nauwelijks voor
verdere verhooging in aanmerking konden
komen Zoo zagen in de jaren sedert het
intreden van de algemeene economische
depressie de couponbelasting en de belasting
op de doode hand, de omzetbelasting, het
bijzonder invoerrecht op benzine, het licht,
terwijl ook de eenige malen herziene tarie
ven der invoerrechten mede een fiscaal doei
beoogden.
Nog steeds eischt het streven naar het her
stel van begrootingsevenwicht, dat naar nieu
we inkomsten voor de schatkist wordt om
gezien en zoo heeft de regeering opnieuw
een belastingwetsontwerp op stapel gezet,
dat reeds in de millioenen-nota met Sep
tember van het vorige jaar werd aangekon
digd en waarvan inmiddels de verdere voor
bereidingen zooveel tijd vorderden, dat reeds
in breede kringen de verwachting werd ge
koesterd, dat het aangekondigde ontwerp in
de kiem was gesmoord.
De opzet voor de nieuwe nationale inkom
sten- en winstbelasting, met een algemeene
heffing ad 2%, is om alle inkomsten, zonder
eenige uitzondering, door deze heffing te
treffen en aldus de belasting te maken tot
door C. A. KLAASSE
ééne, die het bijvoeglijk naamwoord natio
naal ten volle verdient. Oppervlakkig be
schouwd zou men de vraag kunnen stellen,
waarom het noodig was om daarvoor een
speciaal soort heffing in te stellen, terwijl
toch ons land reeds een algemeene inkom
stenbelasting kent en waarom niet eenvou
dig het tarief voor deze belasting met 2%
werd verhoogd. Booze tongen hebben be
weerd, dat het systeem van een apart be
lastingstelsel werd gekozen, omdat de regee
ring bij herhaling in het verleden heeft ge
zegd, dat verhoogingen van de bestaande
belastingen niet wel mogelijk was, zonder
vitale belangen aan te tasten, zoodat zulk
een verhooging, zonder met die bewering
in strijd te komen, slechts uitvoerbaar was
door niet bestaande heffingen in te voeren
in plaats van oude te herzien.
Bij nadere beschouwing is het echter vol
komen duidelijk, dat deze opvatting onjuist
is en dat er wel degelijk een rationeele
grond is voor het feit, dat deze nationale
heffing een afzonderlijk, op zich zelf staand,
geheel is geworden. Immers weliswaar ken
nen wij een algemeene inkomstenbelasting,
maar die belasting heeft het kenmerk, dat als
een roode lijn door ons geheele belasting
stelsel is heengeweven, n.l. dat de opzet is
om de belasting te heffen naar „draag
kracht". Om te beginnen zijn de lage in
komens geheel van belasting vrijgesteld, ver
volgens zijn de tarieven van de inkomsten
belasting sterk progressief, d.w.z. dat de hef-