vingeroefeningen, toonladders en etudes noodzakelijk. Deze studiedwang, die den solist tot enkele minuten voor zijn optreden nog niet met rust laat, beteekent voor den hedendaagschen podium-instrumentalist vaak niet minder dan een obsessie, waarin hij zich nolens volens moet schikken en die men aldus zou kunnen omschrijven: in het zweet Uws aanschijns zult gij Uw techniek behou den. Een obsessie, deze eeuwige nood zakelijkheid om te studeeren, want verzuimt hij het één dag, dan merkt hij het zelf, na twee dagen merken het zijn vrienden en na drie dagen het publiek. Bestaat er voor den intellectueelen kunstenaar, den denkenden en voelenden mensch, iets geestdoodenders, dan het uit den treure herhalen van som mige passages, technische gedeelten uit wer ken, waarvan hij den spiritueelen inhoud reeds lang gepeild en in zich heeft opqe- nomen, die hij zelfs kort of lang geleden reeds volledig heeft beheerscht? Het kan zijn, dat hij zulk een passage uren lang, ja dagen lang heeft gestudeerd; einde lijk schijnt ze te lukken, hij haalt verlicht adem en wil zich voor zijn moeite schade loos stellen, door den geheelen Satz, waarin de passage voorkomt, voor eigen artistiek genot nog eens door te spelen. Doch ziet, reeds bij de eerste noten doet zich het komplex weer voor, hij struikelt, alsof er niets geweest is en kan van voren af aan begin nen. Een ware Sisyphusarbeid! Ook kan het voorkomen, dat de vingers zich bij de een voudigste passage plotseling weerbarstig toonen en hun dienst weigeren en wee den kunstenaar, die, in het besef van zijn supe rioriteit over de techniek zich plotseling een andere vingerzettinq veroorlooft. De kunstenaar zal een werk, dat hij. laat ons zeggen een duizend maal achter elkaar zou voordragen, onder alle omstandigheden slechter spelen dan na de honderdste uit voering; al die gepassionneerde accenten, die charmeerende glissandi en melancho lieke rubato s verliezen bij een veelvuldiqe herhaling hun spontaniteit, hun fraicheur, de kunstenaar raakt afgestompt tegen de schoonheid van het werk. Zijn op inspiratie steunend reproduceerend vermogen krijgt iets gemaniereerds, de voordracht verstart. De stemming wil niet van zelf komen, hij moet ze forceeren, het heilige Vestaalsche vuur bezielt hem niet meer en zijn cres- cendi en stringendi moet hij kunstmatig uit het geheugen uitvoeren. Om dit lot te ontgaan, kan hij een bepaalde methode toepassen. Hij beperkt zich bij het herhalen van de oude werken van zijn repertoire tot de technische passages en de muzikale gedeelten laat hij rusten, terwijl hij anderzijds zijn repertoire zoo veel mogelijk met noviteiten verrijkt en nadat hij een groote tournée achter den rug heeft een honderd concerten in een seizoen is geen zeldzaamheid waarbij onwille keurig een zekere oververzadigdheid ten op zichte van het concerteeren, een zekere schablone in de voordracht binnensluipt, houdt hij met spelen geheel en al op, een radicaal, maar uiterst efficient middel. Hij vergeet dan alles, het goede zoowel als het slechte. Na zulk een pauze van ettelijke weken is hij niet in staat een concert te geven en om zijn vroegere niveau weer te bereiken, moet hij zijn geheelen ontwikke lingsgang in miniatuur weer doormaken; dat verleent hem opnieuw opnemings- en inter pretatievermogen. En thans het publiek; als men het in zijn verschillende bestanddeelen splitst, ziet men verschrikkelijk veel snobisme, onverschillig heid, onwetendheid. Het aantal ingewijden bij een concert zal waarschijnlijk een be droevend klein percentage van het geheel uitmaken, maar als geheel is het het won derlijkste organisme dat men zich denken kan, vol instinct, vol enthousiasme. Het be wustzijn ontbreekt weliswaar, maar dat moet de kunstenaar medebrengen, die van zijn kant ook iets van het publiek kan leeren, want door zijn contact met het publiek open baart zich een loutering van zijn smaak en leert hij den invloed beseffen van datgene, wat het bij de groote massa doet, wat tot de elite spreekt en wat tot de harten van alle toehoorders. En dit laatste is het be langrijkste. Zoo heeft hij het grootste res- Fortissimo- Maestoso Bravo bravissimo

Personeelsbladen ABN AMRO Art & Heritage

Incasso-Bank - De Bank | 1939 | | pagina 11