Lel
I
'paren en
eggen als
Conjunctuurelement
2
(Economie van gisteren en van heden. II.)
Wij allen nemen iederen dag beslissingen
aangaande de besteding van ons inkomen. De
belangrijkste beslissing van sociaal-econo
misch standpunt beschouwd, is deze: Verteren
wij ons geld n u, of I a t e r, of zullen wij het
misschien heelemaal niet verteren en
t.z.t. slechts de rente van het bespaarde ver
bruiken. Het zijn de voorzichtigen, de sobe-
ren, de menschen met verantwoordelijkheids
gevoel, die het meest tot sparen neigen. Wat
bespaard wordt, ontvangt de winkelier niet,
de winkelier beperkt dan zijn inkoopen, dus
gevoelt de grossier den terugslag en de
fabrikant en de arbeider in de fabriek, en
de kruidenier, de slager, enz. van dien
arbeider en zoo blijken onze particu
liere beslissingen invloed uit te oefenen in
een ongedacht grooten kring. Is sparen dus
a-sociaal, individueel wenschelijk en gerecht
vaardigd, maar tegen het algemeen belang?
Dat is niet het geval, indien het bespaarde in
komen ter beschikking gesteld wordt van
anderen, die daarmede vraag naar a n-
dere goederen ontwikkelen. Dit nu wordt
technisch mogelijk gemaakt, doordien het be
spaarde inkomen gedeponeerd wordt bij
(spaar)banken, die de ontvangen bedragen
(kunnen) uitleenen, of doordat nieuwe emis
sies van obligatiën of aandeelen het geld in
handen brengen van hen, die het weliswaar
geheel anders zullen besteden, dan wij per
soonlijk zouden hebben gedaan, maar die
het toch in ieder geval besteden: voor
uitbreiding van fabrieken, voor verbetering
van bedrijfsoutillage, voor den bouw van
huizen, of voor de uitvoering van openbare
werken. Sparen, indien en voorzoover onmid
dellijk gevolgd door een evenredige in-
vesteering, behoeft dus geenszins nadeelig
voor de conjunctuur te zijn. De economie van
gisteren (en zelfs die van eergisteren) waar
schuwde tegen het oppotten in de kous en
pleitte terecht voor het gebruik van het mo
derne bank- en effectenwezen, dat het moge
lijk maakt, de niet uitgeoefende koopkracht
aan anderen door te geven.
De economie van gisteren behoefde nauwe
lijks verder te gaan dan dit advies, althans
toen het geen probleem was,
of de aldus voor investeering
bijeengebrachte kapitalen
liefhebbers zouden vinden.
En die vond men gemakkelijk in een tijd,
waarin spoorwegen gebouwd, ettelijke nieuwe
industrieën opgericht en nieuwe gebieden
ontsloten, gecultiveerd en geïndustrialiseerd
werden.
Het tempo der economische ontwikkeling is
zelfs dusdanig geweest, dat de voorziening in
de kapitaalbehoefte als het urgente probleem
beschouwd moest worden. Het is daardoor
begrijpelijk, dat het advies der theoretici om
niet te potten, maar te investeeren voorname
lijk gemotiveerd werd met de redeneering,
dat aan het bedrijfslleven de middelen ter
verdere ontwikkeling ter beschikking moesten
worden gesteld.
De economie van gisteren ging zelf zoover,
om zonder hier veel over te praten, een
automatisme aan te nemen, dat er
toen was, maar niet onder alle omstandig
heden aanwezig is. Men ging het als vanzelf
sprekend beschouwen, dat bespaarde kapi
talen door het bedrijfsleven hier of elders
geabsorbeerd werden. Men achtte de
rente een afdoende regulateur van de ka-
pitaalinvesteering: een stijgende rentevoet
uitvloeisel van een groote kapitaalsvraag
zou tot vermindering van de industrieele uit
breiding leiden en een daiing van de rente
voet daarentegen zou een voldoende prikkel
zijn tot expansie van het productie-apparaat.
Men kan bezwaarlijk volhouden, dat thans
de rente in voldoende mate als regulateur
werkt
De economie van heden beseft, dat er
geen logisch en zeker geen kwantitatief
evenredig verband is tusschen besparingen
en kapitaalvraag. Welke industrie zal n u tot
expansie neigen, doordat thans duizenden be
sluiten een gedeelte van hun inkomen te re
serveeren voor den ouden dag, over 20 of
30 jaar?
De schijnbare samenhang tusschen
sparen en het ontstaan van kapitaalvraag,
heeft geleid tot theorieën en begrippen (de
omwegproductie" ter wille van de de
cennia latere - behoeftevoorziening enz.),
die gespeend zijn van een concrete basis.
Het is volkomen juist, dat op een moment,