S. V. II. ISAmsterdam Wederom staan wij aan het begin van een nieuw jaar en der gewoonte getrouw komen wij onzen leden, donateurs en vrienden toewenschen, dat het jaar 1939 in alle opzichten voorspoedig en goed moge zijn. Wanneer wij, zoo als te doen gebruikelijk is, een terugblik werpen op het jaar, dat achter ons ligt, dan kunnen wij zeggen, dat onze vereeniging een rustig leventje heeft geleid. Behalve den zwaren slag, die ons bestuur trof, hebben zich geen bijzondere feiten voorgedaan. Hieruit moge echter niet geconcludeerd worden, dat wij geheel tevreden zijn. Integendeel, nog altijd is de toestand zoo, dat vele collega's buiten ons vereenigingsverband staan. Te trachten daarin ver betering te brengen is ons voortdurend streven. Ons doel om zooveel mogelijk collega's in onze vereeniging vereenigd te zien is evenwel slechts bereikbaar, wanneer al onze leden daartoe medewerken. Wel is ons ledental groeiende, maar dit gaat zeer langzaam en zeker niet in die mate zooals wij wel zouden wenschen Daarom wekken wij onze leden op, hun niet aangesloten collega s eens te bewerken, opdat wij bij een volgende gelegenheid van een flinken groei van de S.V.I.B. kunnen gewagen. Bij onze leden bestaat voor onze clubs blijkbaar wat meer belangstelling dan voorheen, althans bij meerdere clubs valt een stijging van het ledental waar te nemen. Ook hier kan echter nog niet van een idealen toestand gesproken worden, zoodat ons aller streven moet zijn gericht op een versteviging van onze clubs. Gelukkig geeft geen onzer clubs reden tot bezorgdheid. Tot de oprichting van nieuwe clubs is het in het afgeloopen jaar niet gekomen. Wel zijn aan het einde van 1938 besprekingen gevoerd over de oprichting van een afdeeling Bibliotheek, terwijl wij een voorloopig voorstel tot oprichting van een andere nieuwe afdeeling even moesten laten rusten. Wij hopen in het nieuwe jaar tot verwezenlijking dezer plannen te kunnen komen. In het afgeloopen jaar hebben wij van verschillende zijden zeer veel belang stelling en medewerking mogen ondervinden, waarvoor wij vanzelfsprekend zeer dankbaar zijn en wij kunnen niet anders dan de hoop uitspreken, dat dit ook in de toekomst zoo moge blijven. Onze, in onzen vorigen nieuwjaarswensch geuite hoop, dat in 1938 een alge- heele ommekeer op economisch gebied zou mogen worden geconstateerd en meer geregelde toestanden zouden ontstaan, is helaas niet in vervulling gegaan. Hoewel de vooruitzichten niet zoo gunstig zijn, hopen wij toch aan het einde van 1939 van een in alle opzichten goed jaar te mogen spreken. HET BESTUUR VAN DE SPORTVEREENIGING „INCASSO-BANK".

Personeelsbladen ABN AMRO Art & Heritage

Incasso-Bank - De Bank | 1939 | | pagina 19