de
spiP
Oud-)commissaris
prof, dr E.H. van der Beugel:
'De Raad van Bestuur blijft
De familie Van der Beugel was al zeer
vroeg bij het wel en wee van onze bank be-
trokken. Het ging in dit geval vooral om het
wee, namelijk de Mannheimer-affaire.
Mannheimer was de oudste firmant van een
van de oudste bankiershuizen in Berlijn;
zijn bank nam een leidende positie in bij de
leningen aan de Franse staat. Aan het eind
van de jaren dertig kwam hij om politieke
redenen naar Amsterdam, waar hij een
groot bankbedrijf opzette. Mannheimer ging
nauwe verbindingen aan met de Nederland-
sche Handel-Maatschappij.
De gevolgen van deze samenwerking waren
ronduit desastreus. De NHM werd betrok-
ken bij een faillissement, waar de bank met
een groot bedrag in zat. De aandelen NHM
zakten op slag tot een derde van de waarde.
Er werd een (geslaagde) reddingsactie geor-
ganiseerd waarbij de vader van de heer Van
der Beugel, die firmant was van de bank La-
bouchere, een belangrijke rol speelde.
De Mannheimer-affaire toont aan hoe ris-
kant het kan zijn als het lot van een onder-
neming afhankelijk is van een man en dan
nog van een buitenstaander. "De voor-
naamste taak van de commissaris is dan ook
toe te zien op de kwaliteit en de continuiteit
van het bestuur. Als er problemen bij de op-
volging zijn, kun je zeer nuttig werk doen.
Maar wat dat betreft hebben we het bij de
NHM, en later de ABN, steeds gemakkelijk
gehad."
Flater
In zijn gezellige werkkamer vertelt de heer
Van der Beugel hoe hij commissaris van
onze bank werd. Naast veel stapeltjes boe-
ken en vier KLM-koffertjes staat er een
groot aantal ingelijste foto's. Op een ervan
zit hij als staatssecretaris van Buitenlandse
Zaken naast minister-president Drees en
"zijn" minister Luns.
"Het aanbod van de Nederlandsche Han
del-Maatschappij kwam op een heel goed
moment," vertelt hij. "Eind 1958 viel het
kabinet Drees. In die tijd kwam je dan als
lid van zo'n kabinet in een absoluut vacuum
terecht. Je tekende de stukken van je opvol-
ger en een week later had je geen baan en
dus ook geen bureau of auto meer. Ik had
het geluk dat Luns mij vroeg of ik nog een
half jaar wilde blijven om het een en ander
af te maken. Ik vond het trouwens wel een
goed systeem. Je weet dat je politiek kwets-
baar bent en leert de relativiteit van zo'n
baan inzien.
"Toen de Nederlandsche Handel-Maat
schappij mij in 1959 vroeg om commissaris
te worden vond ik dat geweldig. Het scheel-
de trouwens weinig of ik had een commissa-
riaat aanvaard bij een andere grote bank,
's Middags om 12 uur had ik ja gezegd tegen
de heer Van Sandick, president van de
NHM. Diezelfde avond werd ik gebeld door
de directie van de Amsterdamsche Bank
met hetzelfde aanbod.
"Tijdens mijn eerste vergaderig met de
Raad van Commissarissen werd ik geintro-
duceerd door de voorzitter, de heer Den
Hollander. Hij zei aan het eind dat hij nog
een delicate kwestie met me wilde bespre-
ken. Daarop vertelde hij dat er weliswaar
geen leeftijdsgrens was, maar dat er een gen
tlemen's agreement bestond dat je na je 82e
of 83e aftrad. Ik was op dat moment 38 en
dacht dat hij me in de maling nam. Vandaar
dat ik zei dat hij me wel een gevoel van te-
leurstelling bezorgde, want ik had gehoopt
tot mijn 86e aan te blijven.
"Mijn reactie was een regelrechte flater. Het
bleek dat de heer Den Hollander het wel de-
gelijk serieus gemeend had. Het gevolg was
dat ik zes maanden lang weinig meer heb
gezegd.
"U begrijpt hieruit dat de gemiddelde leef-
tijd van de commissarissen hoog was. De
Raad werd samengesteld uit een uiterst klei-
ne kring, voomamelijk uit zeg maar het es-
Geen enkele functionaris in het
bedrijfsleven heeft de afgelopen
jaren zo in de belangstelling ge-
staan als de commissaris. De
aandacht richtte zich dan vooral
op zijn invloed op het bestuur en
daarmee het beleid van een on-
derneming.
Tijdens de Algemene Vergade-
ring van Aandeelhouders van dit
jaar nam de meest ervaren com
missaris van onze bank, prof dr
E.H. van der Beugel (70) af-
scheid. Bijna 30 jaar - "een half
leven lang" zegt hij zelf - is hij
lid geweest van onze Raad van
Commissarissen. Iemand die zo
lang commissaris is geweest, ver-
dient - ook in Ankertros - extra
aandacht. Wij vragen hem naar
de wijzigingen in de rol van de
commissaris en waarom hijzelf
op zijn 70e en niet pas op zijn
86e jaar is afgetreden.
I
9