Oosters getinte, sperzieschotel mm maal van dressuurwedstrijden die ze met Urban heeft gereden. "Het is allemaal begonnen toen ik 10 jaar was," vertelt Ina. "Met mijn pony llonka was ik toen lid van de ponyclub Schalk- ruiters in Schalkhaar. Elke zater- dag oefende ik met llonka in dressuur en springen. Maar ook toen al trok dressuur me toch het meest. Toen ik 12 jaar was mocht ik meedoen met wed- strijdjes en ben ik begonnen met het 'verzamelen' van prijzen." Vaak bezette het duo de eerste plaats. Als je een prijs behaalt, krijg je tevens van de jury een aantal winstpunten. Als je een bepaald aantal winstpunten hebt verzameld mag je een klasse ho- ger gaan rijden. Je begint in klasse B, daarna L, M, en ten slotte Z. Als je 18 wordt, moet je je pony verruilen voor het paard. En daar zijn ook weer de klas- ses B, L, M en Z in dressuur en springen. Tot voor kort reed Ina in klasse Zll. Daar volgt ze ook alle wedstrijden in. Dat ze daar- mee succes heeft, spreekt wel uit het feit dat ze van de 14 wedstrijden dit jaar al 13 keer de eerste prijs haalde. Uiteraard is elke hogere klasse moeilijker, maar ook moet je moeite blijven doen om je in een klasse te handhaven, omdat je anders te- ruggezet wordt. Ina is lid van de vereniging van dressuurruiters. Zij rijdt daar nu in klasse ZZDM, een soort superklasse. Daar- naast is ze bezig om genoeg winstpunten te behalen voor een nog hogere klasse, de Prix St. George. Met het andere paard Dior, met Afrikaner als vader, wil Ina in- tensiever gaan springen om een gooi naar het nationaal kam- pioenschap springen te kunnen doen op de Levade bij Berg en Bos te Apeldoorn. Mijn laatste vraag is of er een mogelijkheid bestaat om pro fessional te worden? Ina: "Om dat te bereiken moet je er zoveel tijd en geld insteken en ook nog zo veel geluk hebben dat ik die kans voor mij maar heel klein schat. Ook is er natuurlijk een keerzijde aan de medaille. Je moet elk weekend met de trailer op stap om overal in Nederland wedstrijden te rijden. Daarnaast moet je paard uitstekend ver- zorgd worden en dat vergt enorm veel tijd. Neem alleen al het schoonmaken van de stal. Maar ik doe het nog altijd met plezier en zolang ik er lol in heb, ga ik er mee door!' Terwijl ik naar huis rijd, denk ik "Over vier jaar zijn er weer Olympische Spelen. Misschien ook voor Ina?" Dit keer een complete maal- tijd met sperziebonen in de hoofdrol. Ook als je niet be paald dol bent op deze groente is het heel goed mo- gelijk dat dit gerecht bij jou wel in de smaak valt. Let maar eens op! Voor twee personen heb je no- dig: 400 gr. sperziebonen, 4 aardappelen, geraspte kokos, 1 grote vleestomaat, 4 kleine sja- lotjes, klein handje gemengde noten, ketjap manis, 4 el. pasta voor sate-saus, 2 kleine karbo- nades, en kroepoek. Je begint met de aardappelen te 26 schillen, te wassen en te koken. Ook de sperziebonen maak je schoon, wast ze en kookt ze in een kwartiertje gaar (Je kunt natuurlijk ook sperziebonen uit de diepvries of een glazen pot gebruiken en verwarmen). De karbonades bestrooi je niet met peper en zout maar je smeert ze in met kokos. Het vlees braad je met een klontje boter goed aan. Vervolgens draai je het vuur laag en voeg je een scheut ket jap toe. De in plakken gesneden tomaat en de in stukken gesne- den sjalotjes doe je erbij. Op laag vuur houd je alles warm onder af en toe roeren. De ge mengde noten hak je tot grove stukken. In een steelpan ver- meng je de 4 el. pasta voor sate-saus met 8 el. water. Blijf roeren tot een dikke saus ont- staat. Daarna roer je de noten erdoorheen. Je schept de aardappelen, sper ziebonen en karbonades op de borden en verdeelt de "ketjap- jus" (met tomaat en sjalot) over de aardappelen. De sate- saus met noten geef je er apart bij. De saus vermeng je naar eigen smaak met de sperziebo nen. Af en toe een hapje kroe poek smaakt hier uitstekend bij. HANS BETTY

Personeelsbladen ABN AMRO Art & Heritage

Algemene Bank Nederland - Ankertros | 1988 | | pagina 26