Hoofdfuncties prof, dr E. H. van der Beugel Tweede koets Conflict "Onze voornaamste taak is het he waken van de kwaliteit en continuiteit van het bestuur." tablishment van Amsterdam. De sfeer was die van deftige heren onder elkaar, uiterst hoffelijk. We hadden echter bijzonder wei- nig invloed, al moesten we formeel de jaar- cijfers goedkeuren. Er werd destijds natuur- lijk ook veel minder geschreven over de functie van de commissaris. "Het Bestuur trok zich in die tijd niet over- matig veel aan van de commissarissen. De heer Van Sandick kreeg altijd iets verwon- derds in zijn gezicht als wij een vraag stel- den. Toen een vermetele collega een opmer- king maakte over de verantwoordelijkheid van commissarissen schoot hij in de lach. Daar had hij nog nooit van gehoord. "We werden meestal op het laatste moment geinformeerd. Wanneer het nieuws bij de commissarissen kwam was het al gebeurd. De eerste serieuze discussie vond plaats bij de fusie van de NHM met De Twentsche Bank. "Na de fusies met De Twentsche Bank en de Hollandsche Bank-Unie bestond de Raad van Commissarissen uit 38 leden. We verga- derden in een soort polikliniek boven een vestiging van V D. We kenden elkaar niet meer allemaal, maar als je's morgens voor de vergadering zei 'goedemorgen, mijnheer Blijdenstein' was het meestal raak. Er waren namelijk drie Blijdensteins commissaris. In de jaren daarop is de omvang van de Raad verminderd tot ongeveer het huidige aantal leden (17)." "In de jaren zeventig kregen we te maken met de zgn vertrouwenscommissarissen, die door de (Centrale) Ondernemingsraad wor- den voorgedragen. Dat is een goede ontwik- keling, want mede daardoor worden com missarissen tegenwoordig uit een bredere kring gekozen. We hebben nu ook vertegen- woordigers uit de academische wereld en de politiek in ons midden. Verder is de gemid- delde leeftijd sterk gedaald. "Overigens is een terecht bezwaar van de OR dat zij een advies moeten geven over de benoeming of herbenoeming van een com missaris, terwijl ze geen idee hebben hoe hij functioneert. Maar ook voor de commissa rissen is het veelal moeilijk om een onafhan- kelijk oordeel te geven over een te benoe- men bestuurslid of een toekomstig collega. Het is namelijk niet makkelijk om alle as- pecten van de voorgestelde kandidaat te kennen. "In Amerika hebben ze daar het volgende op gevonden. Bij Xerox bijvoorbeeld beste- den de commissarissen een dag per jaar aan de bestudering van een groot boek. Daarin staat een uitgebreid curriculum vitae van 25 mensen die in aanmerking komen voor de top. Die gegevens worden toegelicht door de directie en dat boek wordt systematisch bij- gehouden. Op die manier krijg je een beeld van de toekomstige bestuursleden. In Ne- derland bestaat een zekere aarzeling voor een dergelijke aanpak. Ik juich het overigens toe dat de Raad van Bestuur regelmatig een directeur-generaal een voordracht laat hou- den over een bepaald aspect van het bedrijf. "Het gaat in de onderneming in de eerste plaats om de Raad van Bestuur. Dat is abso- luut de spil. De functie van commissaris heeft heel boeiende aspecten, maar we zitten toch in de tweede koets. Het komt niet veel- vuldig voor dat je een belangrijke bijdrage aan het ondernemingsbeleid levert. Voor de voorzitter van de Raad van Commissarissen ligt dat anders. Zijn rol is vele malen groter dan die van de andere commissarissen. "Ik ben nog steeds president-commissaris bij Bank Mees Hope. De leeftijdsgrens ligt daar twee jaar hoger dan bij de ABN, waar we tegenwoordig op ons 70e afscheid ne- men. Ik ben bij BMH in oktober 1975 geko- men, bij de fusie met de ABN, en wel voor een jaar als Groepsdirecteur van de Mees Hope Groep in het ABN-concern. In ver- band met de wettelijke voorschriften ben ik toen een jaar lang afgetreden als commissa ris van de ABN. Een fusie is altijd een moei- lijke operatie, maar gelukkig is het goed ver- lopen. In de psychiatrie geldt dat een gelijk- tijdige verhouding met moeder en dochter tot problemen leidt. Ik ben blijkbaar een uitzondering, want mijn affaire met moeder en dochter is smetteloos verlopen." "Het komt vrij veel voor dat bestuursleden van een bank commissaris bij een van hun relaties zijn. De kans is aanwezig dat er een conflict of interestontstaat. Daarom ben ik geen voorstander van de figuur dat een ban- kier tegelijkertijd president-commissaris is. Je moet als commissaris maatregelen kun- nen nemen, waarbij het bankkrediet op de tocht komt te staan. Als je als bestuurslid van een bank daar zit, dan moet je van goe- den huize komen om daar je medewerking aan te verlenen. Het is daarom van belang, dat als een bankier commissaris is bij een onderneming, de relatie met de client wordt behartigd door een ander lid van de Raad van Bestuur. "Je hoeft ook geen commissaris te worden om op de hoogte te zijn van wat zich bij een grote client afspeelt. Als bankier kun je meer inzicht in de cijfers krijgen dan als commissaris. "Je moet bijzonder selectief zijn bij het aan- vaarden van een commissariaat. Zelf heb ik in al die jaren tweemaal een verkeerde keus gemaakt en dat was, toevallig, beide keren in Amerika. De ene was de Famous Artists School, die een zeer instabiel finan- cieel beleid voerde en ook al lang niet meer bestaat. De andere was een management consultant, die evenmin consistent opereer- de maar, nadat ik er al lang weggegaan was, juist een groot succes werd." De heer Van der Beugel kijkt "met het grootst mogelijke plezier" terug op zijn ABN-periode. "Het Bestuur van de bank is een eersteklas gezelschap. We hebben te ma ken gehad met grote aankopen, maar nau- welijks met schokkende zaken. De nadruk heeft steeds gelegen op de soliditeit en zorg- vuldigheid. Daardoor is de avontuurlijkheid beperkt gebleven. Ik denk dat dat voor een bank een goede zaak is." Foto's: Max Koot 1935-1941 Doctoraalstudie economie, Uni- versiteit van Amsterdam. 1945 Chef Bureau Rijnvaart, Ministerie van Verkeer. 1945-1947 Afdeling Planning, Ministerie van Economische Zaken, tevens secretaris van de Raad van Economische Aangelegenheden uit de Ministerraad. 1947 Secretaris van de Nederlandse Delegatie bij de Marshallplan-besprekingen in Parijs. 1948-1952 Directeur van het Bureau voor het Economisch Herstel Programma (Marshall- plan), tevens chef afdeling Westelijk Halfrond van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. 1952-1 januari 1957 Directeur-generaal voor Economische en Militaire Aangelegenheden, Ministerie van Buitenlandse Zaken. 1957-december 1958 Staatssecretaris van Bui tenlandse Zaken in het laatste kabinet Drees. 1 januari 1959-1 juli 1959 Buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur in speciale dienst. 1 juli 1959 Plaatsvervangend president-direc- teur KLM. 1 juni 1961-1 maart 1963 President-directeur KLM. 27 januari 1966 Cum laude gepromoveerd aan de Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam op proefschrift European Inte gration as a concern of American Foreign Po licy. From Marshall Aid to Atlantic Partner ship. 1966-1984 Bijzonder hoogleraar Westelijke Samenwerking na de Tweede Wereldoorlog aan de Rijksuniversiteit Leiden. De heer Van der Beugel bekleedde commissa- riaten in Nederland, de VS, Belgie en het Ver- enigd Koninkrijk. Door het bereiken van de 70-jarige leeftijd is meer dan driekwart van deze functies beeindigd.

Personeelsbladen ABN AMRO Art & Heritage

Algemene Bank Nederland - Ankertros | 1988 | | pagina 10