J.M. Hekking neemt afscheid Mil) De heer Hekking voor een vergrote gravure van zijn geboortestad Breda. gens tot 9 uur's avonds bezig was met het tekenen van de post, want alle nota's en dagafschriften moesten van een handteke- ning voorzien zijn. Geen zachtaardige man Na 13 jaar in Roosendaal werd de heer Hekking medio 1949 chef de bureau op het hoofdkantoor van Van Mierlo in Breda. In die functie was hij ook belast met de zorg voor personeel en administratie. Hij ging voortvarend te werk en stelde voor de meeste van de 150 medewerkers een niet geheel vrijblijvend roulatiesysteem in, dat tegenwoordig het predikaat job rotation zou dragen. "Mijn streven was," verklaart hij, "dat iedere medewerker drie taken beheerste. Hij of zij moest die taken kennen en in de praktijk uitoefenen. Op die wijze krijgje zo breed mogelijk geschoolde mensen die alle voorkomende werkzaamheden op hun kan- toor aan kunnen." Van Mierlo fuseerde in het begin van de ja- ren '50 met De Twentsche Bank en breidde haar kantorennet uit tot plaatsen als Til- burg, Eindhoven, Den Bosch en Helmond. Op advies van een organisatiebureau ging hoofddirecteur mr G. E. F. M. van der Schrieck, er in 1955 toe over een modern organisatie- en personeelsbeleid in te voe- ren. "Ik werd gevraagd om vanuit Breda het personeelsbeleid gestalte te geven en te pro- pageren bij de kantoordirecteuren," licht de heer Hekking toe. "Maar ik vond me daar niet zo geschikt voor. In het toenmalige, wat ethisch gekleurde personeelsbeleid pas te een zachtaardige, wat "lieve" man als personeelsfunctionaris en dat was ik hele- maal niet. Ik vind dat je moet weten wat je aan elkaar hebt. Eerlijkheid en duidelijk- heid moeten de boventoon voeren. Je moet tijdig en gepast tegen iemand kunnen zeg- gen dat hij niet hoger komt, hoe vervelend zo'n boodschap ook mag zijn. Maar in het advies van het organisatiebureau lag de na- druk op een zakelijk verantwoord perso neelsbeleid en dat strookte wel met mijn opvattingen." Zo ontwikkelde de heer Hekking vervol- gens voor het eerst een beoordelings- en opleidingssysteem voor de bank. Het was een centraal ontwikkeld systeem, waarvan de uitvoering in handen was van de chefs de bureau op de kantoren, de mensen die het dichtst bij het werk zaten. De aanpak sprak in Brabant goed aan, vooral omdat binnen dit systeem de beoordelaars een belangrijke rol speelden. Maar naast Van Mierlo was ook De Twent sche Bank toe aan de invoering van een modern, centraal gestimuleerd personeels beleid. Aan het begin van 1964, nog voor de fusie met de Nederlandsche Handel- Maatschappij, werd de heer Hekking ge vraagd hieraan leiding te geven. Jaarlijks 50 kantoren "Het leitmotiv van het personeelsbeleid in de eerste jaren na de fusie," aldus de heer Hekking, "was de vraag: hoe bemannen we onze posten? De organisatie breidde sterk uit, het kantorenplan hield de opening in van jaarlijks 50 kantoren! We hadden be- hoefte aan een groot aantal mensen voor alle mogelijke functies om de groei van ons bedrijf waar te kunnen maken." Hij was ook betrokken bij het contact van de werkgeversvereniging voor het bankbe- drijf met de vakorganisaties. Naarmate het overleg intensiever plaatsvond, vergde ook de voorbereiding meer tijd. Ook het recht- streekse contact met de vakorganisaties groeide. Hetzelfde geldt voor de OR waar- mee de heer Hekking jarenlang in het over- leg aan de bestuurstafel participeerde, later in toenemende mate bijgestaan door de af- deling Overlegzaken. De toegenomen omvang van de werkzaam heden leidde ertoe dat in 1974 een splitsing tot stand kwam tussen personeelbeheer en beleidsontwikkeling. Onder het eerste wer- den het plaatsings- en benoemingenbeleid ondergebracht. De heer Hekking liet deze taken bewust los om zich de laatste acht jaar te kunnen wijden aan de ontwikkeling van een beschreven sociaal beleid. "Die ontwikkeling was al aan de gang. Wij voer- den beslist al jaren een goed en sociaal ver antwoord personeelsbeleid, maar hadden nog niet de noodzaak gevoeld om dit op pa pier te zetten. Maatschappelijk gezien werd dit langzamerhand wel nodig. Dit werd nog versneld door de fusie in 1975 met Bank Mees Hope die haar sociaal beleid al in een handboek beschreven had. "In 1977 is dan Beleidsontwikkeling tot een zelfstandige afdeling verheven. Door het voortvarende werk van deze afdeling is de basis gelegd voor het beschreven perso neelsbeleid, te beginnen met de Hoofdlijnen van het Sociaal Beleid van de ABN van mei 1978. In het jaar daarop volgde de eerste vierjarenplanning die ieder jaar bijgesteld wordt, zodat elke medewerker van de bank de vorderingen in ons sociaal beleid kan volgen." Terugziend op zijn lange bankcarriere meent de heer Hekking: "Ik heb de tijd wel meegehad, want met goede ondernemings- resultaten word je toch eerder in staat ge- steld zo'n beleidssector uit te bouwen dan in een periode dat de zaken minder gunstig verlopen. Bovendien heb ik het geluk gehad dat ik altijd in groeiende organisaties heb mogen werken. Bij Van Mierlo werkten op het moment van de fusie met De Twent sche Bank 500 mensen. De Twentsche Bank had 3.500 medewerkers in dienst en in 1964 ging de Algemene Bank Nederland van start met 7.500 mensen. Juist voor de fusie met Bank Mees Hope waren dit er ruim 15.000 in Nederland. Het aantal me dewerkers binnen Nederland bedraagt nu 19.712 en buiten ons land 8.639." fpo Ankertros 9 de ti jd wel meegehad' I m

Personeelsbladen ABN AMRO Art & Heritage

Algemene Bank Nederland - Ankertros | 1982 | | pagina 9